Het is een soort monster dat elk jaar opnieuw wordt opgerakeld, meestal tijdens de zomermaanden die voor sommige politici ellenlang kunnen duren. Zo ook in Zottegem, een prachtige stad van 26 000 inwoners in het hart van de Vlaamse Ardennen. Vlaams volksvertegenwoordiger en schepen Kurt De Loor (sp.a) stelt voor om de fusies te verplichten(!) aangezien de vrijwillige toenaderingspogingen op één hand te tellen zijn. Hij pleit ervoor Zottegem te fusioneren met Sint-Lievens-Houtem en Herzele. Op die manier krijgt men een stad van meer dan 50 000 inwoners. Hij noemt burgemeesters bovendien kasteelheren, die zich onophoudend vastklampen aan de macht en de postjes.

Ook de Vlaamse regering pleit volop voor (vrijwillige) gemeentelijke fusies. Ze biedt dan ook een financiële stimulans aan van 500 euro schuldaflossing per inwoner om ervoor te zorgen dat de gemeenten overstag gaan. Volgens een onderzoek van Vives (KU Leuven) zou je, wanneer je uitgaat van een minimumaantal van 15 000 inwoners, de gemeenten in Vlaanderen kunnen herleiden tot 152. Minimum 15 000 inwoners lijkt mij een goed aantal. Kurt De Loor pleit, naar Nederlands model, echter voor steden van ongeveer 50 000 inwoners. Dat lijkt mij toch wat overdreven. Zo’n grote steden dreigen zeer onoverzichtelijk te worden. Er is in Zottegem met haar grote oppervlakte en met haar 26 000 inwoners gewoon totaal geen noodzaak om te fuseren.

Bovendien is er nog het emotionele aspect dat ook zeer belangrijk is. Bij een schaalvergroting zou de betrokkenheid van de inwoners bij het beleid en de persoonlijke band tussen politici en inwoners verwateren. Politici moeten dicht bij de mensen kunnen staan en in een stad zoals Zottegem kan dat nog. Mensen vinden het belangrijk dat politici toegankelijk zijn, dat je als politicus deelneemt aan het gros van lokale activiteiten. De lokale politicus herleiden tot enkel en alleen een bestuurder die mensen op de lokale zenders en in kranten kunnen bewonderen, is nefast voor het vertrouwen in de politiek. Dat vertrouwen is nog altijd het grootst op het gemeentelijke niveau. Uiteraard moet een lokaal politicus/politica goed besturen, maar hij/zij is ook deel van een lokale gemeenschap. Dit alles dreigt te verdwijnen en dat in een klimaat waarin het vertrouwen in de politiek onder het vriespunt dreigt te zakken.

Sinds het beloofde cadeautje vanuit de Vlaamse regering lijken ook veel gemeenten uit andere delen van het land gewonnen voor het idee. Het zijn echter vooral de grotere gemeenten die voor fusies pleiten. Deze hebben per inwoner soms een gigantische schuld, waarbij we ons kunnen afvragen of deze ooit nog kan worden afgelost. Vele kleine gemeenten hebben de financiën dan weer wel goed tot helemaal onder controle. Doet men het niet alleen omwille van de schuldaflossing? Het kan niet dat één van beide gemeenten de absolute dupe is van een fusie. Verplichte fusies zouden deze bekommernis alleen maar in de hand werken.

Een fusie heeft tijd nodig. Het is belangrijk dat dit door de brede bevolking gedragen wordt. Men moet gespreksavonden, folders, allerlei zaken organiseren om inwoners daarvoor warm te maken. Daarnaast moeten gemeenten zich goed kunnen voorbereiden op een fusie.  Men mag zich dus niet blindstaren op de financiële stimulans. Fusies kosten vooral op korte termijn handenvol geld. Wie op een snelle aflossing van de schulden had gerekend, is duidelijk niet goed ingelicht. De baten van een fusie volgen veel later.

40 jaar na een golf van verplichte fusies, lijkt men dus weer te willen overgaan naar een ellendige reeks van bovenaf opgelegde fusies. Dit zonder de lokale overheden en haar inwoners te raadplegen. Een tijd terug ontwikkelde het Agentschap Binnenlands Bestuur een ‘bestuurskrachtmonitor’, waarbij men objectief kan nagaan hoe een gemeente erin slaagt haar kerntaken uit te voeren. Laat men dit eerst eens voor elke gemeente berekenen. Wanneer men hierop slecht scoort, zal men als lokale overheid en inwoner wel inzien dat er iets moet veranderen. Fusies opgelegd vanuit Brussel getuigen echter van weinig respect voor de lokale politici en ondergraven de democratische legitimiteit van de lokale overheden.

Jonah Penninck
Politiek secretaris