In onze westerse maatschappij en vooral in ons land zit de gelovige mens in de hoek waar de klappen vallen. Onlangs duidde een studie van Ipsos België aan als meest areligieuze land ter wereld. Ongeveer 68 % van de Belgen vindt dat religie meer kwaad doet dan goed. In de week van 13-19 november kwam ook het biechtgeheim, een essentieel sacrament van het christelijk geloof, onder druk te staan. Een week later moest ook het kruis op de mijter van Sinterklaas eraan geloven. Het is een hedendaags modeverschijnsel om religie en geloof, zonder enige kennis ervan, af te wijzen. De Belg bezit een soort innerlijke allergie voor godsdienst waartegen geen enkele remedie lijkt te bestaan. De gelovige mens wordt bovendien regelmatig eens door het slijk gehaald. Woorden als conservatief, naïef, achterlijk, zelfs gevaarlijk worden in één adem met zijn bestaan genoemd. Men moet al zeer moedig zijn om hier nog voor te durven uitkomen.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarborgt godsdienstvrijheid. Maar vandaag komt dit fundamenteel mensenrecht steeds meer onder druk te staan bij de publieke opinie. Vooral dankzij het seksueel misbruik binnen de kerk en het terrorisme in naam van de islam heeft er zich in Vlaanderen een antireligieus klimaat ontwikkeld. Wanneer we de sociale media (de vuilbak van onze moderne samenleving) erop nakijken, zien we een steeds groeiende aversie tegenover de islam, maar ook tegenover religie in het algemeen. De haat tegenover het terrorisme en de daarmee helaas verbonden islam, dreigt ook het christelijke geloof in Vlaanderen naar de slachtbank te leiden.

Filosoof Maarten Boudry spuit dikwijls zijn gal op religie en wil af van de privileges die godsdienst volgens hem krijgt toebedeeld. Zo pleitte hij er in het verleden meermaals voor godsdienstvrijheid uit de Belgische grondwet te laten nemen (De Tijd, 12 augustus 2016), al maakt hij hiermee een fundamentele fout aangezien godsdienstvrijheid als dusdanig helemaal niet in onze grondwet staat. Wel is er vrijheid van eredienst. Godsdienstvrijheid is dan weer wel opgenomen in het EVRM. Vergeef het mij dat ik hierover nogal muggenzifterig doe, los daarvan stuit het statement van Boudry vele gelovige mensen vandaag tegen de borst. Godsdiensten genieten volgens hem van discriminatoire privileges. Opnieuw gaat hij hiermee in de fout. Ook niet-religies kunnen zich evenzeer beroepen op dit fundamentele recht en zo genieten zij evenzeer van deze bescherming. Privileges tegenover andere denkkaders lijken ze in ieder geval dus niet te hebben. Van discriminatie tegenover bijvoorbeeld atheïsten is dus absoluut geen sprake.

De laatste jaren komt door de opkomst van de islam in West-Europa de discussie over de neutraliteit van de overheid regelmatig aan de oppervlakte. Zo hield de Vlaamse Overheid enkele maanden geleden een campagne voor meer diversiteit van haar personeel. Daarbij was een breed glimlachende moslima met hoofddoek het gezicht van de campagne. Dit zorgde voor een massaal protest bij de publieke opinie, waarbij minister Homans zelfs besliste de foto offline te halen. “De overheid moet neutraal zijn”, “Dit is geen scheiding tussen kerk en staat”, alsook vele racistische opmerkingen kwamen op de sociale media talrijk aan bod. De discussie of men een hoofddoek mag dragen als men voor de overheid werkt, barstte opnieuw in alle hevigheid los. Als ik dan even mag antwoorden op de vraag of men een hoofddoek mag dragen als overheidsbediende, dan antwoord ik volmondig ja. Dit alles kadert opnieuw in het teken van de godsdienstvrijheid en daarmee onlosmakelijk verbonden scheiding tussen kerk en staat. Wanneer een persoon met hoofddoek, kruisje, keppeltje of met om het even welk symbool geweigerd wordt omwille van die symbolen, dan wordt zijn of haar godsdienstvrijheid geschonden. Bovendien wordt dan pas echt de neutraliteit van de overheid geschonden, aangezien men een persoon weigert omwille van zijn of haar religieuze overtuiging. Wanneer die persoon voor de overheid werkt en daarbij iedere klant op dezelfde neutrale manier behandelt, dan is er helemaal geen probleem wat de neutraliteit van de overheid betreft. De publieke opinie, alsook enkele politieke partijen draaien de hele notie van de neutraliteit van de overheid om, met als bedoeling de islam en godsdienst in het algemeen uit het openbare leven te bannen. Ik vraag mij af of men anders zou reageren als er morgen een atheïst een paarse trui zou dragen als symbool voor zijn atheïstische overtuiging. De discussie over het feit dat men alle religieuze symbolen moet bannen uit de neutrale staat, komt enkel en alleen voort uit de innerlijke allergie die men in onze hedendaagse maatschappij heeft tegenover religie.

Godsdienstvrijheid moet net als elk ander mensenrecht gehandhaafd worden. De mensenrechten mogen niet vervallen tot datgene wat door de publieke opinie aanvaard wordt. Waarom zou men in het openbaar niet meer voor zijn/haar geloof mogen uitkomen? Het is beangstigend te zien dat men het beleven van een geloof in onze geseculariseerde maatschappij wil verbannen tot een soort “keldergebeuren”.

Het wordt een grote uitdaging voor de westerse gelovige mens om tegen de stroom in te gaan en te durven uitkomen voor zijn of haar diepe geloofsovertuiging. Ik roep dan ook iedere christen in Vlaanderen, alsook mensen met een andere geloofsovertuiging op: ‘Laat je geloof niet verdrukken, durf er open voor uitkomen en draag de principes ervan uit!’

 

Jonah Penninck, Politiek Secretaris